Deelproject

Doorstroomprogramma’s vmbo-mbo-hbo

Door Rilana Prenger (Hogeschool Saxion) & Michiel Duesman (Toptraject)
Dit project heeft aan de hand van een bestaand doorstroomprogramma (Toptraject) onderzocht hoe doorlopende leerlijnen vmbo-mbo-hbo de toegankelijkheid van het hoger onderwijs kunnen versterken. Er is daarbij in het bijzonder onderzocht op welke wijze biculturele en eerstegeneratiestudenten voor gemotiveerd kunnen worden. Parallel is er een aanvullende interventie gestart gericht op het inzetten van rolmodellen ten behoeve van het motiveren van zowel de eerstegeneratie- als de biculturele doelgroep. Aan de doelgroep is gevraagd hoe dit vormgegeven moet worden.

Samenvatting van het project

Hbo-studenten die afkomstig zijn vanuit het mbo vallen vaker uit in het eerste jaar dan studenten die afkomstig zijn van de havo (Vereniging Hogescholen, 2016). Deze verschillen lijken samen te hangen met twee andere achtergrondkenmerken van studenten: het wel of niet hebben van een migratieachtergrond (Mulder & Cuppen, 2018) en het opleidingsniveau van ouders (Inspectie van het Onderwijs, 2016). De moeizame overgang vanuit het mbo naar het hbo is voor Saxion aanleiding geweest een doorlopend leertraject vo-mbo-hbo in te richten. Het zogeheten Toptraject is gericht op ambitieuze en praktisch ingestelde vmbo’ers die via het mbo een hbo-diploma willen halen. Uit eerder onderzoek is bekend dat vaardigheden op het gebied van taal, rekenen/wiskunde, studievaardigheden en loopbaanbegeleiding het studiesucces in de keten vo-mbo-hbo beïnvloeden (Ritzen & Mittendorf, 2016). Binnen het Toptraject zijn uitstroomprofielen voor elk onderwijsniveau vastgesteld waaraan studenten worden geacht te voldoen voor een succesvolle doorstroom naar het hbo (Duyvendak et al., 2017).

Eerstegeneratie- en bi-culturele studenten zijn een belangrijke doelgroep in het programma. Deze doelgroepen worden echter onvoldoende bereikt met het programma (Prenger, 2020). Ook blijken de deelnemers vaker studenten te zijn die al een duidelijke ambitie voor het hbo hebben, waar de hiervoor genoemde groepen wellicht meer geholpen moeten worden om die ambitie te ontwikkelen en uiten.

Met dit deelproject is op basis van het Toptraject onderzocht of en hoe de toegankelijkheid van het hbo kan worden versterkt door middel van doorlopende leerlijnen vmbo-mbo-hbo. Daarbij is in het bijzonder onderzocht op welke wijze succesvolle participatie van studenten met een migratie-achtergrond en van eerstegeneratie-studenten gestimuleerd kan worden. Parallel is een aanvullende interventie gestart, gericht op het inzetten van rolmodellen ten behoeve van de participatie en binding van met name de groep studenten met een migratie-achtergrond. Aan de doelgroep is gevraagd hoe dit vormgegeven moet worden.

In een serie van drie deelstudies is onderzocht: (1) welke belemmerende en bevorderende factoren er zijn voor participatie en binding van eerstegeneratiestudenten en studenten met een migratieachtergrond in het Toptraject; (2) de welke uitkomsten het Toptraject voor deze studenten biedt in termen van o.a. binding en studiesucces; en (3) wat de opbrengsten van en ervaringen met het inzetten van rolmodellen in het Toptraject zijn voor het perspectief op de toegankelijkheid van het hoger onderwijs onder leerlingen in het voorgezet onderwijs.

Het onderzoek had een mixed-methods design, waarin verschillende stakeholders binnen en buiten het Toptraject zowel kwalitatief door middel van representatieve case studies als kwantitatief worden bevraagd. De keuze voor dit design is mede gemaakt vanwege de complexiteit van het onderzoek binnen een praktijk waaraan verschillende instellingspartners zijn verbonden. Voor deelstudie 1 is een interviewschema ontwikkeld en hebben er interviews plaatsgevonden met mbo-studenten met een eerstegeneratie en/ of migratieachtergrond (n = 12), docenten (n = 3) en zijn er vragen uitgezet onder een groep mhbo-studenten met verschillende achtergronden (n = 51).

 Voor deelstudie 2 en 3 is aangesloten bij lopend onderzoek naar het Toptraject, waarbij gebruik werd gemaakt van gegevens van de instellingen, vragenlijsten en kwalitatief casestudy-onderzoek. In dat onderzoek worden de implementatie en opbrengsten onderzocht aan de hand van jaarlijkse tevredenheidsvragenlijsten onder vmbo-leerlingen (respons per jaar gemiddeld n = 60)  en mbo-studenten (respons per jaar gemiddeld n = 20), rendementen eerste jaar hbo (n = 40), en (twee) jaarlijkse visitaties/ waarderende audits bij een aantal scholen/ colleges/ onderdelen. In de vragenlijsten wordt ook gevraagd naar achtergrond wat betreft de vooropleiding ouders en culturele identiteit. De interventie gericht op de inzet van rolmodellen is ontwikkeld en uitgezet in een pilot.  Voor de evaluatie is de opdracht geanalyseerd die leerlingen in de interventie moesten uitvoeren (n=17).


Bevindingen

Het Toptraject kan worden gezien als een onderwijsinnovatie in de samenwerking binnen de beroepsonderwijsketen. Het langdurig vormgeven en bestendigen van innovaties is niet vanzelfsprekend. Aspecten zoals aanpassingsvermogen ten opzichte van ontwikkelingen in de context, de rol van leiderschap, prioritering en draagvlak hebben invloed op het voortduren van dit soort innovaties en hebben tevens invloed gehad op de resultaten van dit onderzoek. Dat werd met name zichtbaar in de bekendheid van het Toptraject onder de doelgroep en – daaraan gerelateerd - in de deelnemersaantallen in het Toptraject. De geïnterviewde studenten waren wisselend bekend met het Toptraject. De voornaamste belemmerende factoren die werden genoemd hadden betrekking op het extracurriculaire karakter van het Toptraject op het mbo: de extra tijdsinvestering buiten het lesrooster sprak studenten niet aan. Daarnaast gaven veel studenten aan meer op korte termijn te denken: eerst het diploma halen en daarna verder kijken. Bevorderende factoren waren de extra begeleiding en ondersteuning voor studenten op de route naar het hbo, en de inzet van ambassadeurs van de route naar het hbo. Het merendeel van de studenten gaf aan dat hun achtergrond geen invloed heeft op de keuzes die ze maken in hun studieloopbaan. Vanwege ze lage aantallen doelgroepstudenten die deelnamen aan het traject, konden er geen specifieke conclusies worden getrokken over de opbrengsten van het Toptraject voor studenten met een eerstegeneratie- en/ of migratieachtergrond. Voor de gehele groep lijken de opbrengsten in termen van uitval in het eerste jaar hbo positief te zijn: ruim 14% van de Toptrajecten valt uit versus ruim 21% totale instroom mbo. Daarnaast geven studenten en leerlingen over het algemeen aan positieve opbrengsten te ervaren op het gebied van taal- en studievaardigheden en binding. Voor de implementatie van de beoogde leerlijnen worden met name voor rekenvaardigheden veel moeilijkheden ervaren door respondenten. Bij de analyse van de opbrengsten van het programma moet worden aangemerkt dat doorstroom naar het hbo niet per definitie het doel is: een besluit om niet naar het hbo te gaan is ook een positieve uitkomst. De interventie had als doel studenten bewust te maken van de mogelijkheden voor een route naar het hbo, ongeacht hun achtergrond. De interventie is ontwikkeld en getest onder een groep vmbo-docenten en in een pilot uitgezet onder 17 vmbo-leerlingen leerjaar 3. De ervaringen van de docenten zijn positief. De resultaten van leerlingen worden nog geanalyseerd.

Aanbevelingen om de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in de praktijk te verbeteren

Elke leerling heeft een ander perspectief en uitgangspunten die van invloed zijn op het wel of niet deelnemen aan programma’s zoals het Toptraject. Door gebruik te maken van rolmodellen of ambassadeurs worden deze programma’s toegankelijker voor een bredere doelgroep. Het inzetten van ambassadeurs of rolmodellen betekent niet dat er alleen succesverhalen gedeeld worden: leerlingen en studenten leren juist van de hindernissen en belemmeringen die anderen hebben ervaren en hoe deze wel of niet overkomen konden worden. Samenwerking tussen vmbo, mbo en hbo is niet vanzelfsprekend. Veranderende contexten zijn een constante bedreiging voor deze samenwerkingen. De impact daarvan mag niet onderschat worden wanneer doorstroomprogramma’s worden ontwikkeld en uitgevoerd. Voor het duurzaam verbeteren van de toegankelijkheid van doorstroomprogramma’s voor alle doelgroepen moeten de beoogde leerlijnen geborgd worden in het reguliere onderwijs. Zolang deze worden aangeboden in extracurriculaire programmering, zal een deel van de beoogde doelgroep niet deelnemen. Bij de ontwikkeling van de programma’s is het zaak studenten te betrekken. Programma’s, activiteiten en initiatieven worden vaak ontwikkeld vanuit het perspectief van de professional en komen mede daardoor niet altijd terecht bij de groep waarvoor ze bedoeld zijn.

Achtergrond van dit project

We weten nog heel weinig over effecten van langdurige doorstroomtrajecten. Deze zijn lastig te monitoren en kost tijd. Daarnaast is het onduidelijk of we wel de doelgroep bereiken die we beogen te bereiken: de groep die ondersteuning en begeleiding in theorie het meest nodig heeft gezien verschillen in doorstroom naar het hbo en vervolgens ook verschillen in rendementen (o.a. het succesvol volbrengen van het eerste jaar). Dit zijn o.a. eerstegeneratie- en biculturele studenten waarvan we weten dat hun achtergrond en omgeving een rol spelen in doorstroom en aansluiting. Als we het dan hebben over toegankelijkheid van het hoger onderwijs geldt dat, ondanks de doelstellingen van het programma, mogelijk niet voor de gehele doelgroep.

Producten

Vanaf 1 oktober vindt u hier alle opgeleverde producten als download.
  • Poster doorstroomprogramma's vmbo-mbo-hbo
  • Infographic effecten Toptraject: infographic bedoeld voor beleidsmakers, onderzoekers en praktijkprofessionals waarin de effecten van het Toptraject zijn geschetst op een overzichtelijke manier.
  • Rapportage onderzoeksresultaten: beschrijving van het onderzoek en de resultaten, gericht op beleidsmakers, onderzoeker en praktijkprofessionals.
  • LOB module bestaande uit een lesbrief, video’s en opdrachten voor vmbo-docenten, om in te zetten in het derde leerjaar vmbo. Deze module bestaat uit een lesbrief, video’s van verschillende rolmodellen/ ambassadeurs en opdrachten om te gebruiken in de les. In de lesbrief zijn instructies opgenomen over hoe de video’s en opdrachten tijdens de les in te zetten.