Als we kijken naar het aantal studenten dat studeert en afstudeert, lijkt het Nederlandse hoger onderwijs minder toegankelijk te zijn voor eerstegeneratie-studenten, dat wil zeggen studenten wier ouders zelf geen hoger onderwijs hebben gevolgd. Dit probleem lijkt ook te spelen bij selectieve of meer uitdagende honoursprogramma’s. Eerstegeneratie-studenten nemen over het algemeen minder deel aan deze programma’s (Van den Broek et al., 2021). Er is weinig bekend over de oorzaken van deze verschillen. In dit deelproject keken we daarom naar de toegankelijkheid van honoursonderwijs in het hbo en de sociale-identiteitsfactoren die hierin een rol spelen.
Volgens het Identities-in-Context model van onderwijsongelijkheid fungeert sociale klasse (vaak gemeten als het opleidingsniveau van de ouders) als een sociale identiteit: het gevoel van wie iemand is op basis van groepslidmaatschap. Dit is van invloed op hoe mensen zich tot onderwijs verhouden (Easterbrook et al., 2019). Voor studenten uit sociaaleconomisch minder geprivilegieerde klassen kan dit ertoe leiden dat zij ervaren dat hun eigen sociale identiteit niet compatibel is met die van een succesvolle student. Het ervaren van deze zogeheten identiteitsincompatibiliteit belemmert het gevoel van verbondenheid (Jetten et al., 2008) en zelfeffectiviteit (Easterbrook et al., 2019; Veldman et al., 2019), wat beide belangrijke voorspellers zijn voor studiesucces (Allen et al., 2018). Hetzelfde proces kan van invloed zijn wanneer studenten instromen en deelnemen aan honoursonderwijs. De centrale onderzoeksvraag van dit project was daarom: In hoeverre ervaren eerstegeneratie-studenten, vergeleken met niet-eerstegeneratie-studenten, identiteitsincompatibiliteit en heeft dit invloed op (verwachte) verbondenheid en zelfeffectiviteit in de context van het honoursprogramma?
Hiervoor onderzochten we welke identiteitsgerelateerde obstakels eerstegeneratie-studenten ervaren bij het (niet) kiezen voor honours en in het honoursprogramma zelf. We hebben hierbij onderzocht of generationele status (eerstegeneratie-student of niet) identiteitscompatibiliteit (in hoeverre ervaar je overlap tussen jouw eigen identiteit en de identiteit van een honoursstudent) voorspelt en of dat vervolgens sense of belonging en zelfeffectiviteit (geloof in eigen kunnen) voorspelt. Om dit te onderzoeken hebben we drie deelstudies uitgevoerd.
Voor studie 1 namen we een vragenlijst af bij reguliere studenten die niet voor een honoursprogramma hebben gekozen, kort na het keuzemoment (aan de start van het tweede bachelorjaar; (N = 111; 32.4% eerstegeneratie). We vroegen studenten te reflecteren op de redenen waarom ze niet voor honours hebben gekozen. We hebben ons daarbij specifiek gericht op identiteitscompatibiliteit (Easterbrook et al., 2022; Nieuwenhuis et al., 2019), sense of belonging (van Diepen & Elffers, 2019) en zelfeffectiviteit (Duncan et al., 2015; Pintrich et al., 1993).
Voor studie 2 hebben we een vragenlijst afgenomen bij Nederlandse honoursstudenten op twee momenten, zowel aan het begin van het honoursprogramma (2 cohorten; N =164; 28% eerste generatie) als aan het eind van het academisch jaar (2 cohorten; N = 110; 36,4% eerste generatie). We vroegen studenten naar hun verwachte dan wel ervaren gevoel van identiteitscompatibiliteit (Iyer et al., 2009; Tropp & Wright, 2001), sense of belonging (van Diepen & Elffers, 2019) en zelfeffectiviteit (Pintrich et al., 1993).
Ter verdieping van de bevindingen op basis van de vragenlijststudies, hebben we in studie 3 semi-gestructureerde interviews gehouden met eerstegeneratiestudenten (N = 12) die deelnamen aan een honoursprogramma. Daarbij richtten we ons op de betekenis van familieachtergrond voor hun identiteit en de impact ervan op het gevoel van verbondenheid en hun zelfeffectiviteit.
Website door Liesbeth Smit, The Online Scientist