Deelproject

Honoursprogramma’s in het wo

Door Neha Basnet, Anouk Wouters & Rashmi Kusurkar (AUMC-VUmc)
In studie 1 onderzochten we de deelname van niet-traditionele studenten aan honours programma’s op de twee Amsterdamse universiteiten. Daarbij is de motivatie van traditionele en niet-traditionele studenten die deelnemen aan honours programma’s bevraagd door middel van een survey en met elkaar vergeleken. In studie 2 onderzochten we door middel van semi-gestructureerde interviews met zowel traditionele als niet-traditionele studenten die zich wel en die zich niet hebben aangemeld voor een honours programma welke factoren van invloed zijn op de keuze om te participeren in een honours programma en wat de rol is van hun sociale netwerk in hun keuze om wel of geen honours programma te volgen.

Samenvatting van het project

Het percentage studenten met een zogeheten ‘niet-traditionele’ achtergrond, zoals eerstegeneratie-studenten en studenten met een migratie-achtergrond, is relatief laag in het wo. Zij volgen vaker dan andere studenten opleidingen in het mbo of hbo. Het lijkt erop dat niet-traditionele studenten die wél in het wo studeren minder vaak kiezen voor een honoursprogramma op de universiteit. In dit deelproject hebben we twee deelstudies uitgevoerd om de volgende onderzoeksvragen te beantwoorden:

  • Welk type motivatie laten niet-traditionele studenten zien voor deelname aan honours programma’s in het universitair onderwijs en zijn er verschillen in vergelijking met traditionele studenten?
  • Hoe beslissen studenten om al dan niet deel te nemen aan honours programma's in het universitair onderwijs? En hoe kan het besluitvormingsproces worden begrepen in het licht van de meer traditionele of niet-traditionele achtergrond van studenten?

In onze eerste deelstudie hebben we de motivatie van niet-traditionele studenten van honoursprogramma’s bij de twee Amsterdamse universiteiten in kaart gebracht. Daarbij onderzochten we middels een crossectionele kwantitatieve surveystudie de motivatieprofielen van traditionele en niet-traditionele honoursstudenten (n=399; 33% response rate) en eventuele verschillen tussen deze groepen. Studenten werden gezien als niet-traditionele studenten wanneer zij eerstegeneratie-studenten aan de universiteit waren en een migratieachtergrond hadden.

In onze tweede deelstudie onderzochten we door middel van semi-gestructureerde interviews met zowel meer traditionele en meer niet-traditionele studenten die zich al dan niet hadden aangemeld voor een honoursprogramma, als ook internationale honoursstudenten, welke factoren van invloed waren op de keuze om deel te nemen aan een honoursprogramma en op welke manier hun meer of minder traditionele achtergrond hierin een rol speelde. Daarbij beschouwden we het keuzeproces van studenten in het licht van of ze eerstegeneratie-student in het hoger onderwijs waren en/of een migratieachtergrond hadden.


Bevindingen

In de eerste deelstudie had van de Nederlandse honoursstudenten in onze steekproef iets meer dan de helft een traditionele achtergrond. We vonden geen verschillen tussen de motivatie van traditionele en niet-traditionele Nederlandse studenten voor deelname aan een honoursprogramma. De meeste studenten hadden een kwalitatief goed motivatieprofiel, dat wil zeggen dat ze vooral autonome motivatie hadden voor het honoursprogramma, en lage scores op gecontroleerde motivatie. Dat gold voor zowel traditionele als non-traditionele studenten. Gender, de taal die wordt gesproken met ouders of de zelfgerapporteerde etnische identiteit bleken niet gerelateerd aan (relatieve) autonome motivatie van honoursstudenten. In de tweede deelstudie vonden we op basis van interviews met 28 studenten dat studenten verschillende waarden toekennen aan honoursprogramma's, zoals het leren over nieuwe en boeiende onderwerpen, het ontwikkelen van vaardigheden, het verbreden van hun perspectief en het bouwen aan hun cv. De kosten hadden volgens hen vooral te maken met tijd en moeite, en voor sommige studenten waren andere activiteiten in dat licht interessanter of nuttiger. De persoonlijke context van studenten wat betreft migratieachtergrond en ouderlijke opleiding leek hun onderwijservaringen en keuzes te beïnvloeden. Daardoor lijken studenten die bekend zijn met het Nederlandse onderwijssysteem, de universiteit en honoursprogramma's de beslissing om zich in te schrijven voor honours programma's met meer gemak en vertrouwen te nemen dan studenten die nieuwkomers waren in het universitaire onderwijs en die ervaringen hadden dat ze vanwege die status of vanwege hun migratieachtergrond er niet bij hoorden.

Aanbevelingen om de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in de praktijk te verbeteren

Een verklaring voor mogelijke ondervertegenwoordiging van niet-traditionele studenten in honoursprogramma’s wordt niet gevonden in de motivatie voor zo’n programma. Wanneer ook studenten worden bevraagd die ervoor kozen niet deel te nemen aan een honoursprogramma, worden wel degelijk aanknopingspunten gevonden voor het verbeteren van de toegankelijkheid voor deze groep, door het ondersteunen, informeren en werven van niet-traditionele studenten. De aantrekkingskracht van honoursprogramma’s is niet anders voor traditionele studenten dan voor niet-traditionele studenten. Studenten actiever wegwijs maken in de academische setting zou ervoor kunnen zorgen dat zij beter op de hoogte zijn van honoursprogramma’s en makkelijker de ruimte kunnen voelen hieraan deel te nemen. Daarbij kan onder meer gedacht worden aan het inzetten van zichtbare rolmodellen: studenten met een migratieachtergrond en/of studenten die (ook) niet zijn opgegroeid in een academische omgeving. De informatievoorziening zou ook steviger kunnen worden gepositioneerd op verschillende plekken in het onderwijs, zoals in mentorcontacten, om studenten die vanuit hun eigen omgeving minder goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden en waarde van honoursprogramma’s de kans te geven deel te nemen. Voor studenten die meer tijd nodig hebben om te landen op de universiteit kan het helpen als zij ook op een later moment in nog zouden kunnen instappen in een honoursprogramma.

Achtergrond van dit project

Het lijkt dat niet-traditionele studenten die wél in het wo studeren minder vaak kiezen voor een honoursprogramma op de universiteit dan traditionele studenten. Het is vooralsnog echter onbekend of dit inderdaad zo is en wat er ten grondslag kan liggen aan dit verschil.

Producten

Vanaf 1 oktober vindt u hier alle opgeleverde producten als download.
  • Basnet N, Wouters A, Kusurkar RA. Students’ motivation for honours programmes in the Netherlands. SAGE Open 2024;14(1). https://doi.org/10.1177/21582440231218097
  • Basnet N, Wouters A, Stoffels M, van Wijk IJ, Kusurkar RA. Students’ decision-making process for participating in honours programmes in the Netherlands - A qualitative study (nog in te dienen)